Onderstaande teksten publiceerde ik in 2010 en 2011 op een weblog.
Toen een populaire manier om je gedachten en ideeën met de wereld te delen.
Ik heb ze nu gebundeld voor wie geïnteresseerd is in wat mij bezig hield en houdt.
Je leest er de stemming van toen in terug (het was crisis).
Maar als ik ze zo teruglees herken ik me nog steeds in wat ik toen schreef.



Nee, wij doen niet aan verandermanagement… (22/11/2011)

De afgelopen weken heb ik samen met Bianca Eve hard gewerkt aan www.yellowelephant.nl.
Ik hoop dat als je die site hebt bekeken meteen duidelijk is waar wij voor staan. Laat het ons weten.
Wij staan er voor directies en HR-managers van organisaties op basis van concrete gegevens te ondersteunen hun organisatie maximaal te laten aansluiten op hun strategie. Dat doen we gebaseerd op de overtuiging dat systemen nuttig zijn, maar dat die pas goed functioneren als mensen doorleefd begrijpen waarom die er zijn, waarom het beter is ze te volgen en wat hun rol daarin is. Pas als die verbinding er is, kunnen medewerkers optimaal gemotiveerd hun werk doen. En dan blijken ze veel vragen zelf ook op te kunnen oplossen.

Mensen gaan echter op een hele bijzondere manier om met systemen. Ze laten zich wel enigszins geleiden en bijsturen, maar zodra er druk ontstaat reageert iedereen weer als ‘van nature’. Dan ineens worden keuzes gestuurd door het belang van de eigen sociale kring en in extremere situaties alleen het eigenbelang. Dat van de grotere groep waar ze deel van uitmaken verdwijnt heel snel uit beeld. Je ziet dat vandaag de dag trouwens ook gewoon ‘buiten’, in het maatschappelijk debat.

Wanneer je je dat realiseert, is het ineens logisch dat je je niet alleen richt op het veranderen van mensen, maar juist op de combinatie van mensen en hun systemen. Daarvoor is het wel nodig eerst goed in kaart brengen wat in de huidige situatie ‘functioneel’ en ‘disfunctioneel’ is. Voor je aan het werk gaat, stel je dus eerst vast wat helpt, maar ook wat de organisatie echt dwars zit bij haar verdere ontwikkeling. Daarom willen wij eerst feiten verzamelen. Dat helpt bij het duidelijk definiëren van doelen, en het maakt onze inzet ‘accountable’. Je weet dan concreet wat je resultaat moet zijn.
Overigens komt soms komt uit dergelijk onderzoek naar voren dat bijsturen op enkele details al voldoende is. Noem je dat dan nog verandermanagement?

Wij zijn nu actief bezig bedrijven en organisaties te interesseren in ons werk en onze aanpak. Steeds op zoek naar de manier die het best past bij de cultuur van de opdrachtgever. Wij hebben contacten in de zorg, in de grafimedia wereld en tal van andere bedrijfstakken. Omdat die twee eerste branches onder druk staan kost het tijd en moeite. Maar we doen het graag en met plezier.
Wil je delen in dat plezier? Misschien heb je een potentiële opdrachtgever of ben je er een? Zoek even contact via www.yellowelephant.nl en we praten graag snel verder.



De Gele Olifant komt eraan (19/09/2011)

‘Bedrijfscultuur is een ongrijpbaar fenomeen. Het zijn de verschillende culturen die vaak de schuld krijgen van het mislukken van een fusie,' zegt Harold de Bruijn, partner bij KPMG, in een bijlage van het FD. Behalve dat de zin nou niet echt lekker loopt, is er ook iets anders wezenlijks mis: cultuur is namelijk wel grijpbaar en zelfs uit te drukken in concrete waarden op heldere dimensies. Zelfs bij McKinsey zeggen Scott Keller en Colin Price: ‘De mentale gezondheid van de onderneming, de cultuur, is een ‘asset’. De uitdaging is werknemers te inspireren en te verbinden met de koers van de onderneming.’

In het verhaal van De Bruijn zit ook een tweede denkfout. Hij zegt: ‘Na de deal is heldere communicatie naar alle werknemers belangrijk om duidelijkheid te scheppen.’ Alsof het genoeg is om mensen in beweging te krijgen door maar hard consequent hetzelfde te roepen ‘Dit is je nieuwe werkelijkheid.’ (…en wen er maar aan). Hopelijk heeft hij meer verstand van cijfers.

Waarom ik dit nu meldt? Om met het laatste te beginnen: het idee dat communicatie eenrichtingsverkeer is, is al wel heel oud en achterhaald.
Dialoog en werkelijke betrokkenheid zijn de belangrijkste succesfactoren. Die visie zal je, gezien mijn professionele achtergrond, niet verbazen.
Maar wat je misschien nog niet wist, is dat je voor meten hoe het gesteld is met de mentale gezondheid van je onderneming ook bij mij terecht kan. Samen met enkele vertrouwde mensen uit mijn netwerk, helpen we je de strategie voor de komende vijf jaar werkelijk te realiseren. Interessant, toch? Ik hoor graag een keer van je.
Binnenkort meer over de Gele Olifant.



Om over de grenzen te kunnen kijken moet je wel weten waar die liggen en wat de regels zijn
(24/06/2011)

Deze week is Proost Prikkels 463 verschenen. Op de foto zie je directeur Jan-Willem Kleppers trots staan met de poster die deel uitmaakt van deze uitgave. Ik ben ook trots op deze productie. En niet alleen omdat ik hem gemaakt heb. Het is in veel opzichten een heel mooi project. Kort samengevat gaat hij over wat er allemaal komt kijken bij een drukwerk- en printproductie. Ik denk dat het voor veel mensen een verrassing zal zijn dat ‘printen of drukken’ slechts één van de vijfenveertig stappen in dat proces is. Belangrijker is dat de lezer tot het inzicht komt dat bij voorkeur één persoon alle stappen coördineert.

Bijzonder is ook de bijna natuurlijke manier waarop het tot stand is gekomen. Ik begon met gesprekken met mensen die in de hele keten actief zijn. Open gesprekken met geen ander doel dan luisteren wat er goed gaat en waar knelpunten zitten. Na drie weken en twaalf gesprekken heb ik alle aantekeningen een week opzij gelegd. Daarna heb ik alle notities omgewerkt tot citaten. Daarbij werd mij duidelijk dat je die kon ordenen op basis van een bepaalde fase in het proces. Dat heb ik dan ook gedaan. En zo werd in een keer duidelijk wat waar precies de kritische punten zijn.

Vervolgens hebben wij (datzijnwij.com ik) in overleg met Proost en Brandt een schema opgesteld met daarin al die fasen en daarbinnen de stappen van die fase. Aan de hand daarvan konden we vaststellen wie en wanneer wel of niet bij een bepaalde stap betrokken moet zijn. En alle kennis uit die uitgebreide reeks citaten heb ik samengevat in een korte toelichting per fase. Wat daar staat is volgens mijn echt de kern van waar je in een dergelijke fase extra alert op moet zijn.

Gaandeweg had ik me ook verdiept in wat er aan achtergrond en studie op dit terrein beschikbaar is. Dat is minder dan je denkt. Maar ruim voldoende om toch ook interessante achtergrondinformatie als extra mee te geven. Al die theorie heb ik gemengd met de praktijk (mijn eigen meer dan 30 jaar ervaring en alle informatie uit de gesprekken). Zo kwam deel twee van de toelichting tot stand.

Voor mij persoonlijk is misschien wel het leukste wat steeds op de achtergrond meespeelt: veel mensen kennen mij als iemand die graag de grenzen van regels opzoekt. Op basis daarvan dichten ze mij dan vaak een soort anarchistisch, los van alles denken toe. Dat lukt soms ook wel. Maar wat die mensen zich niet realiseren is, dat je om over de grenzen te kunnen kijken wel moet weten waar die liggen en wat de regels zijn. Het is deze manier van ‘duaal denken’ die het voor mij mogelijk heeft gemaakt deze bijzondere uitgave te realiseren.



Banken begrijpen het nog steeds niet (16/06/2011)

Laat op de avond een tv-commercial: Gilles Boumeester, Global Head of Food & Agri Coverage van de Rabobank, mompelt wat en zegt ineens: ‘Geld is geld. Geld is uiteindelijk iets wat… een commodity. Jouw euro is niet anders dan mijn euro…’.
In het programma erna legt de chef economie van Elsevier haarfijn uit dat niet alleen regeringen Griekenland financieel hebben gesteund zonder voldoende garanties, maar dat banken daar net zo hard aan mee deden. ‘Maar niemand geeft nog een stuiver voor dat schuldpapier,’ legt ze uit. Dat kan ertoe leiden dat we sommige banken in Europa weer moeten redden. En dat geld komt niet van de banken, maar van de belastingbetaler.
Een gemiddelde ondernemer in Nederland wordt zwaar onder druk gezet (of erger) door de afdeling Bijzonder Beheer die zijn targets moet halen in het opschonen van de lijst dubieuze debiteuren. Terwijl andere afdelingen op diezelfde banken als vanouds weer dubieuze internationale avonturen aangaan, kennelijk in het vertrouwen dat, als het misgaat, zij wel weer gered worden.
Hebben ze daar sinds de gebeurtenissen vanaf 2008 nou nog steeds niet begrepen dat hun klanten andere inzichten en een andere houding van ze verwachten? De Rabo-boodschap wekt in ieder geval niet die indruk. Mijn euro is toch heus mijn euro (dacht ik tot nu toe) en daarmee anders dan die van meneer Boumeester.



Stilstaan bij vrijheid (21/04/2011)

Gisteren viel het me, toen ik bij een symposium over duurzaamheid was, weer eens op dat het veel makkelijker is het publiek tegen iets te mobiliseren dan ze mee te krijgen.
Zou dat iets met ‘gemak’ te maken kunnen hebben? Als je tegen bent hoef je immers meestal niets te doen. Maar als je zegt dat je voor bent, verwachten veel mensen van je dat je dan ook actie onderneemt. En in ieder geval moet je vaak op z’n minst verdedigen waarom jij dan wel voor bent.

Toch wil ik graag een activiteit onder de aandacht brengen waar ik vóór ben. Het gaat om het initiatief ‘Stilstaan bij vrijheid’. Een landelijk initiatief, dat er hard aan werkt een verstandig geluid te laten horen. Vrijheid kan heel lastig zijn. Want het betekent ook dat je mensen die alleen maar overal tegen zijn die ruimte moet laten.
Maar stel je het tegendeel eens voor. Dat wil je toch niet?

Op datzelfde symposium was een spreker met een even simpele als mooie motivatie waarom hij duurzaam onderneemt: als ik de mensen en mijn omgeving met respect benader, krijg ik ook vrijwel altijd dat respect terug.
Kijk eens op http://bit.ly/ejZ5A6. En doe er het goede mee.



‘De taal is gansch het volk’ (23/03/2011)

Met de uitdrukking ‘De taal is gansch het volk’ wordt wel bedoeld dat de taal de ziel der natie is en weerspiegelt. ‘Kan je dat ook zeggen van bepaalde beroepsbeoefenaren?’, dacht ik toen ik in de PRDaily een interessant bericht tegenkwam over de meest gebruikte (mode)woorden in persberichten. De Amerikaanse PR-man Adam Sherk maakte eerst een top 100 en liet 25 daarvan daarna los op PRFilter, een website waarlangs veel persberichten de wereld in worden gestuurd. Het resultaat is deze lijst van ‘versleten’ woorden.

De lijst bevestigt bij mij in ieder geval de indruk die ik al had, dat als je dit soort termen in persberichten tegenkomt, dat bericht inhoudelijk meestal niet zoveel om het lijf heeft. Hier is de lijst.

  1. toonaangevende
  2. oplossing
  3. beste
  4. innoveren/innovatieve/innovator
  5. leider
  6. top
  7. unieke
  8. grote
  9. uitgebreide
  10. toonaangevende leverancier
  11. exclusieve
  12. premier
  13. flexibel
  14. bekroonde/winnaar
  15. dynamische
  16. snelste
  17. slimme
  18. state of the art
  19. cutting edge
  20. grootste
  21. makkelijk te gebruiken
  22. meest omvangrijke
  23. real-time

Meer weten? zie prdaily.com



Het moet maar eens afgelopen zijn met het debat. Het is weer tijd voor een echt gesprek. (02/03/2011)

Zet de radio aan, of de televisie, en de debatten vliegen je om de oren. In de politiek lijkt ‘het debat’ het hoogst haalbare. ‘Ja, we hebben een goed debat gehad,’ heet het dan. En waar zijn we dan getuige van geweest? Dat men vooral keihard oordelen uitspreekt over elkaar en over elkaars ideeën. Maar als je vraagt naar de eigen visie komt die nauwelijks over het voetlicht.

Er wordt ook veel gesuggereerd. Soms gebeurt dat verdekt als onbewezen stelling’: ‘Zoals u heel goed weet heeft uw partij jaren lang…’. Soms heel direct: ‘Door dat zo te brengen suggereert u dat…’. Terwijl het in het eerste geval niet waar is (maar toch wel even gezegd is) en in het tweede heeft de ander net iets heel anders betoogd en bedoeld. Trieste ‘hoogtepunten’ waren de debatten rond de Provinciale Statenverkiezingen, die vrijwel zonder uitzondering over de landelijke politiek gingen. Niet ‘luisteren’ maar ‘aanvallen’ is het motto.
Het lijkt er zelfs ernstig op dat velen de wil om überhaupt kennis te nemen van hoe een ander er over denkt zijn kwijtgeraakt. Kijk naar de (vaak anonieme) scheldkanonnades http://bit.ly/i0Xx2I naar aanleiding van het bericht dat het Limburgs PvdA-statenlid Weike Medendorp een dag uit protest een hoofddoek had gedragen. Maar denk ook aan VVD-coryfee Frits Huffnagel die gisteren bij P&W zei, dat hij zelfs geen ambtenaar met een kruisje om de nek achter de balie van een publiek instituut wil zien. Waar hij eerst in redelijkheid nog refereert aan de scheiding tussen kerk en staat, gaat hij in mijn ogen een stap te ver door te zeggen: ‘Ik wil niet eens geconfronteerd worden met de twijfel die die ambtenaar zou kunnen hebben over dat mijn man en ik willen trouwen.’ Hoe diep moet je die ander, die je vaak niet eens persoonlijk kent, vanaf het begin wantrouwen? Hoe sta je dan in het leven?

Vandaar mijn voorstel ‘Het is weer tijd voor een echt gesprek.’ Niet voor een conversatie, maar voor communicatie. Voor elkaar willen vinden op overeenkomsten en vervolgens kijken hoe je de verschillen oplost. Als we ons terug blijven trekken in ons eigen gelijk komen we geen stap verder. Terwijl er zoveel op het spel staat.
En dit geldt niet alleen voor politici. Maar voor iedereen. Dus ook voor mezelf.



Duurzaamheid en vertrouwen (01/02/2011)

Gisteren was ik op een bijeenkomst van de beroepsvereniging voor communicatie. ‘Wat kan communicatie bijdragen aan duurzaamheid’ was heel in het kort het thema. Ik wil daarover een paar gedachten delen.
Spreker Harry Put zei: ‘Duurzaamheid is geen trend die ook weer overgaat. Het is een ontwikkeling. Als wij mensen niet duurzaam gaan leven, zijn we er over een tijdje gewoon niet meer.’ Een heldere gedachte. Maar de meeste mensen lijken dat nog niet doorleefd zo te ervaren.
De andere spreker, Jessica Sansom, bevestigde dat ook. Hoewel Innocent, het merk smoothie dat zij vertegenwoordigt, net als Ben & Jerry-ijs een volop duurzaam product is, blijkt dat voor slechts acht procent van de kopers het belangrijkste koopargument. De meeste mensen kopen het vooral omdat ‘het gewoon lekker’ is.

Dan de communicatie. Recent onderzocht het internationale PR-bureau Edelman in hoeverre consumenten open staan voor de duurzaamheidsboodschap van bedrijven. Nederland scoort daarin met 35 procent het laagst, nog onder landen als Duitsland en Japan. Terwijl in India, China, Mexico en Brazilië dit percentage in de buurt van de 80 procent ligt! Dat kan het resultaat zijn van dat we zo doordesemd zijn van de maakbaarheid van alles, dat we het contact met de aarde nu ècht kwijt zijn. Een andere reden kan zijn dat we gewoon niet meer in goede bedoelingen geloven. In begeleidende artikelen wordt dan gezegd dat ‘Nederlanders een goed ontwikkelde bullshitradar hebben’. Ik vind dat een zeer cynische gedachte.

Die ‘lulkoekradar’, zoals het ook wel wordt genoemd, veronderstelt namelijk dat kopers hun beslissingen en oordelen baseren op een zorgvuldige selectie van feiten en argumenten. En dat ook hun oordeel over het duurzame karakter van een product of organisatie zorgvuldig tot stand komt. U en ik weten wel beter. De snelheid waarmee mensen vandaag de dag hun oordeel klaar hebben, ligt vele malen hoger dan vijftien, twintig jaar geleden. Een minimaal vergelijkbare factor is ook van toepassing op de hoeveelheid kennis en informatie die we ter beschikking hebben. Het trieste is echter dat we niet veel meer tijd en moeite besteden aan oordeelsvorming dan destijds. Sterker, ik heb het gevoel dat veel mensen zich steeds vlotter steeds ongenuanceerder uitlaten en meteen voor of tegen iets zijn.

Ook communicatiemensen hebben daar last van. Zo meldde iemand uit het publiek dat Spa een mooi verhaal had met zijn honderd procent natuurlijke product. Dat er in die regio in de winter zelfs geen zout werd gestrooid om te voorkomen dat de natuur en de smaak zouden worden beïnvloed. Waarop iemand riep: ‘Ja, maar ze blijven het wel in van die stomme plastic flessen verkopen.’ Kennelijk wist hij niet dat die PET-flessen een stuk lichter in gewicht zijn dan glazen flessen. Dat scheelt aanmerkelijk in de transportbelading. En dat, waarschijnlijk mede dankzij het feit dat Spa-flessen statiegeldflessen zijn, ze ook voor 50 procent uit gerecycled materiaal bestaan. En dat de etiketten met plantaardige inkten worden gedrukt op gerecycled papier. Om maar wat punten te noemen. Voor de goede orde; ik heb geen aandelen in Spa. En weet dat ook karton een alternatief kan zijn.
Maar Spa is voor mij wel een onderneming die doet wat je moet doen. Ze verschuilt zich niet achter certificeringsinstanties en verzint niet duizend argumenten om al deze stappen niet te zetten. Ze maakt wel een aantal serieuze afwegingen en zet wel die eerste stappen op weg naar echte duurzaamheid, waar er zeker en vast nog de nodige zullen volgen. Dat zouden meer organisaties moeten doen.

En voor de communicatie is duidelijk waar die zich, behalve op reguliere merkondersteuning, op moet richten: op het creëren van vertrouwen. Een hele lastige, maar niet onmogelijke missie, waar overigens niet alleen bedrijfsleven, maar ook politiek en andere maatschappelijke organisaties, aan mee moeten werken. En voor wie de ‘waarde’ van vertrouwen nog niet kent: (ook weer) Edelman meldt dat als een bedrijf vertrouwen geniet, 58 procent van de mensen positief nieuws van dat bedrijf vrijwel meteen gelooft. En negatieve informatie over zo’n bedrijf wordt slechts door 24 procent voor waar aangenomen. Bij een organisatie die als onbetrouwbaar te boek staat gelooft 58 procent negatieve berichtgeving bijna direct. En maar 9 procent hecht waarde aan goed nieuws rond dat bedrijf.
Weet u nog hoe lang destijds Van der Valk in het nieuws was toen de garage instortte? En hoe kort Ikea, toen in datzelfde jaar het dak instortte?



Rampencommunicatie; een reactie uit de Hoeksche Waard (12/01/2011)

In de nieuwsbrief van het vakblad Communicatie kwam ik gisteren een discussie tegen waarin gesteld wordt dat bij de ramp in Moerdijk sociale media meer en beter ingeschakeld hadden moeten worden. Ik ben het daar vanuit een professionele invalshoek maar zeer ten dele mee eens.
Toen duidelijk was dat er in Moerdijk iets mis was (ik hoorde het op de autoradio) heb ik na thuiskomst keurig ‘ramen en deuren gesloten’ en zijn we binnen gebleven. Via RTV Rijnmond was prima (hulde!) te volgen hoe de zaak zich ontwikkelde. Tegen middernacht was duidelijk dat het einde in zicht was. Op twitter zag ik vooral geruchten en emotionele reacties voorbij komen.
Natuurlijk is het onbegrijpelijk dat kritieke websites de vraag niet meer aankonden. Dat had absoluut niet mogen en technisch niet hoeven gebeuren.

Wat had er wel moeten gebeuren? Mijn advies aan overheden is: volg sociale en andere media precies over wat er gaande is onder de mensen. Maar zoals in veel situaties, is het ook hier beter niet alle informatie terug te geven via hetzelfde kanaal als dat je de vraag krijgt.
Concentreer je uitgaande informatie dus lekker ouderwets op rtv en een centrale website, wees daar duidelijk over en draag dat breed uit. Attendeer de mensen daarop via een sirene en een sms-alert (want een mobiel heeft nu praktisch echt iedereen).
Inhoudelijk valt zowel overheden als burgers overigen ook het nodige te verwijten. Met geruststellende woorden bereik je in situaties als deze eerder het tegendeel. Dat had de ‘rampenstaf’ kunnen weten.

Maar er is ook iets goed mis met de ‘zelfredzaamheid’ van mensen. Men eist á la minute volstrekte duidelijkheid over wat exact de risico’s zijn maar volgt intussen de meest basale instructies (binnen blijven) niet op. Ook nu nog laten mensen kinderen spelen op locaties die nog niet gecheckt zijn op mogelijke besmetting. En tot mijn grote verbazing zag ik gisteren een boer met blote handen zijn spruiten aanpakken, terwijl nog onderzocht moet worden of die mogelijk giftig zijn.

De echte uitdaging is kennelijk: hoe maak je mensen duidelijk dat in een situatie als deze gewoon tijd nodig is om helderheid te krijgen? Dat een ramp per definitie een ‘onverwachte gebeurtenis’ is en ook overheden, ondanks alle draaiboeken, tijd nodig hebben om op een rij te krijgen wat er precies gaande is? En specifiek voor Moerdijk: dat de expert nog geboren moet worden, die die dag zou hebben kunnen vertellen welke stoffen precies vrijkwamen bij de brand.



Vertrouwen in 2011 (03/01/2011)

Ondanks alle dappere taal over uitdagingen, verandering als enige constante en hard werken aan groeimodellen, wil eigenlijk iedereen uiteindelijk vooral het liefst rust en stabiliteit. Geïnspireerd door de trendvoorspellingen voor het komende jaar heb ik spontaan genoteerd welke reactie mijns inziens het best past bij dat doel.

Trend Reactie die bijdraagt aan stabiliteit
Meer voor minder Geven zaliger dan ontvangen, maar niet naïef
Zoek de Zondebok Schenk vertrouwen
Economisch Zaagtandherstel Houdt rekening met terugval
Polarisering Benadruk overeenkomsten i.p.v. verschillen

Twee voor organisaties zeer interessante trends om in hun aanpak rekening mee te houden zijn:
- Van poldermodel naar brainstormmodel; eerst de ‘beste oplossing’ bedenken en die goed uitleggen, in plaats van polderen totdat iedereen een beetje tevreden is.
- En het dilemma van duurzaamheid; duurzaam zal toch winnen.
Dit zijn de punten waar we in 2011 (en daarna) op dienen te focussen.

Maar wel in de wetenschap dat we zullen worden afgeleid door tal van trends in (wat ik maar noem) omgevingsfactoren, die een belangrijke rol spelen in ieders beleving:
- Augmented Reality (mobiele telefoon met internet toont wie/wat in de buurt is / QR-codes)
- Downsizing (wat levert het op, is ook minder vrijwilligerswerk).
- Creatieve schuldhulpverlening
- Zorg zal verder commercialiseren (met gevolgen)
- RTV steeds meer on demand
- Een mat sportjaar (mede vanwege de financiën in die sector)
- Nuclear Energy is de New Clear Energy (zonne-energie pas over decennia)
- Meer nano in voedsel, self healing en bio printing.



Van 2010 naar 2011, en verder (23/12/2010)

Hoe je het precies zegt, doet er niet toe. Het belangrijkste is dat je een droom hebt. Dat je weet dat het anders en beter kan. Deze foto maakte ik in april in het oudste Palestijnse kamp (sinds 1948). Het heet Aida en ligt praktisch in.. Bethlehem.

Afgelopen jaar was een jaar van volhouden. Van vertrouwen hebben in de toekomst, ook al voelde de realiteit van het moment soms minder positief. Terugkijkend mag ik vaststellen dat Ik weer plezierig heb gewerkt en ook privé mag ik me gelukkig prijzen met wie ik om me heen heb. Veel dank daarvoor.
Juist in deze dagen merk ik ook dat er rondom weer een positieve sfeer groeit. Van vertrouwen in de toekomst. Ondanks alles. En juist vandaag lees ik dat wetenschappelijk vaststaat dat vertrouwen in onze hersenen een reactie op gang brengt die angst kleiner maakt en letterlijk nieuwe cellen aanmaakt waar keuzes en creativiteit gedijen. Dat belooft wat.
Ik wens je hele mooie dagen en een goed begin van 2011.



Gouden Pionierschop; prijs voor concept werkelijk duurzame compound (06/12/2010)

De duurzame compound van REALES
REALES is een gelegenheidsconsortium. De naam is een acroniem voor Reduced Energy And Logistics, Enhanced Safety. Het bestaat uit Jos Heerkens innovator bij Heijmans Techniek & Mobiliteit, Roeland Kremers, consultant en zelfstandig specialist in innovatietrajecten bij Katalysator Management en uit mij, als consultant op gebied van marktonderzoek en marketingcommunicatie met speciale belangstelling voor markt- en grensoverschrijdende projecten.
Wij hebben afgelopen week de Gouden Pionierschop 2010 op basis van de inzending van een concept voor een werkelijk duurzame compound; dat is een tijdelijk verblijf voor militairen voor de middellange termijn. Uitvoering van het concept levert een forse financiële en milieubesparing op en een groot deel van de installaties kan na afbouw van de militaire systemen worden overgedragen aan de lokale bevolking, de autoriteiten en/of NGO´s.

De prijs wordt jaarlijks uitgereikt voor het meest innovatieve idee op het gebied van ‘military engineering’. Het is een instrument om bedrijfsleven en Genie met elkaar in contact te brengen en zo samen goede ideeën uit te werken, verbeteren en te vervolmaken. De prijs, een in goud gespoten pionierschop werd ons op 2 december uitgereikt door juryvoorzitter prof. dr. ir. ing. Almer E.C. van der Stoel tijdens het Genie Symposium 2010 in de KMA te Breda.
De jury hanteerde bij de beoordeling de volgende criteria: operationele en financiële relevantie voor het vakgebied Genie, bijdrage aan duurzaamheid, haalbaarheid en beschikbaarheid. Het complete concept omvat voorstellen voor duurzame energieoplossingen als windmolens, zonnepanelen, ‘phase change’-materialen, een biogasinstallatie en Solar Tubes. Energie wordt in het concept gewonnen uit zon, wind, warmte en biomassa. Vanuit mijn ‘papierachtergrond’ heb ik, behalve aan de communicatie en presentatie, ook inhoudelijk kunnen bijdragen aan onder meer het onderdeel ‘water’.

Het is de bedoeling dat REALES binnen afzienbare tijd verder in gesprek gaat met de Genie om te bespreken hoe het concept ‘Een werkelijk duurzame compound’ samen verder kan worden uitgewerkt.



N2 wint aanmoedigingsprijs Job Dura (22/11/2010)

N2 Architecten heeft de Job Dura Aanmoedigingsprijs 2010 gewonnen met hun ontwerp voor het project ‘De Wereld op Zuid’.
Zij hebben ook mijn kantoor ontworpen. Op basis daarvan heb ik een plaatsvervangend gevoel van trots.
De eerste prijs ging naar de RDM Campus op de oude werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Dat is echt een fors project. In de voormalige machinehal daar zijn mbo- en hbo-onderwijs samengebracht en rechtstreeks gekoppeld aan bedrijven waar praktijkervaring wordt opgedaan. Dat ontwerp is afkomstig van twee bureaus: Van Heerden en Partners en Plus Architecten.
De aanmoedigingsprijs voor de basisschool De Wereld op Zuid, een initiatief van Estrade Projecten en Vestia Rotterdam-Zuid, werd verleend vanwege ‘de grote maatschappelijke betekenis voor Zuidwijk en het bijzondere ontwerp’.



Crash Course Communicatie (11/11/2010)

Op 10 november mocht ik voor het jaarlijkse congres van de Nederlandse Vereniging voor Beroepsbeoefenaren in de bibliotheek-, informatie- en kennissector (gelukkig afgekort tot NVB) Crash Course Communicatie houden.

Concreet was het verzoek om in twintig minuten uit te leggen wat de allerbelangrijkste aandachtspunten zijn als je gevraagd wordt de communicatie voor een organisatie op te zetten. Gelukkig heb ik eerder al eens lessen gegeven over ‘de geschiedenis van de wereld in twee uur’…
Vandaag de dag zijn er genoeg checklisten beschikbaar via internet. Ik heb die samengebracht in het 13 Stappen Plan.

De kern van mijn verhaal was dat echte communicatie plaats vindt op het niveau van echte conversatie, gebaseerd is op logische keuzes, omdat je tevoren goed en vooral praktisch hebt onderzocht wat nodig is, wat men van je verwacht om te bereiken wat jij wilt bereiken.
Na afloop kwamen er twee hele goede vragen uit de zaal. Op basis daarvan denk ik dat het verhaal is overgekomen. Maar… het blijft een verhaal. Nu in de praktijk brengen.
Communicatie Crash Course / De Presentatie
Future of Screen Technology / In 2014 is alles en iedereen ‘inter connected’.
The Annoying Peasant /Als je je vooraf niet verdiept in met wie je van doen hebt is er wel ‘geluid’ maar geen contact.
French Taunter / Wel leerzaam, maar verschillende culturen en talen, dus communicatie?
What Are You Zinking About? / Bijna zelfde taal, hele andere interpretatie.



Waar het CDA zes weken voor nodig had…(05/09/2010)

Is het nou zo leuk gelijk te krijgen? Op 22 juli schreef ik bijgaand ingezonden stuk in Trouw. Om in 150 woorden iets duidelijk te maken is niet gemakkelijk, maar de strekking is helder. Het heeft exact zes weken geduurd voor naar buiten duidelijk werd dat het CDA inderdaad worstelde met het eventueel in zee gaan met de PVV. Kort daarna gevolgd door het verwijt van Wilders dat ze slappe knieën heeft. Wat voor hem een argument was makkelijk af te komen van regerings(mede)verantwoordelijkheid.
Hoewel ze het misschien wat anders zullen verpakken, wil ik graag geloven dat het CDA gelukkig ten halve gekeerd is. Toch weer een steuntje voor wie wil blijven vertrouwen in het goede.



‘Het Boek’ is binnen! (11/08/2010)

De titel: L.E.J. Brouwer’. Bijna 500 pagina’s en nog eens 60 met voetnoten. Het is verschenen in 2001 en 2002 en alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Moet je daar blij over zijn? Ik zal uitleggen waarom ik dat ben.

In wiskunde is voor de meeste mensen logica leidend: iets is waar of niet waar. Meer keuze is er niet. Men noemt het wel ‘het principe van de uitgesloten derde’. Lutzen Egbertus Jan Brouwer (1881) wordt echter beschouwd als een van de belangrijkste Nederlandse wetenschappers, omdat hij overtuigend aantoonde dat logica slechts één van de talen waarin je wiskunde kunt uitdrukken. Zijn dissertatie in 1907 ging al over niet minder dan ‘Over de grondslagen der wiskunde’. Voor Brouwer zijn dat getallen. Alle wiskunde is uiteindelijk op getallen terug te voeren. Tijd is een eenheid op zich. En ruimte daaruit afgeleid. Maar in 1908 schreef hij in het Tijdschrift voor Wijsbegeerte al over ‘de onbetrouwbaarheid der logische principes’. Samengevat zei hij: ‘In wijsheid is geen logica. In wetenschap is logica vaak, maar niet duurzaam doeltreffend. In wiskunde is niet zeker of alle logica geoorloofd is.’

Ik vat dat samen als: logica is ‘bedacht’. Maar niet alles in de wereld is te vangen in wat mensen bedacht hebben. Die gedachte spreekt mij persoonlijk zeer aan. En ik vind hem ook heel bruikbaar, zowel om dingen te kunnen begrijpen als om stappen te zetten waarvan je weet dat ze goed zijn zonder dat je daar een duidelijke, ‘lineaire’ verklaring voor hebt.

Om nog even terug te komen bij Brouwer: er zijn getallen die je wel kunt schrijven, maar niet precies kunt duiden. Neem het getal waarvan 2 het kwadraat is. Of ‘pi’,dat de verhouding weergeeft van de middellijn van een cirkel tot de omtrek. Je kunt die laatste berekenen op ongeveer 3,141592. Maar in beide gevallen lukt het nooit precies. Het zijn irrationale getallen: reële getallen die niet te schrijven zijn als het quotiënt van twee gehele getallen.

Met deze, en veel verdergaande vaststellingen legde Brouwer de grondslag voor een wezenlijk andere wiskunde: het intuïtionisme. Vandaag de dag komt dat van pas bij wiskundige bewijsprogramma’s die eigenlijk alleen kunnen functioneren bij de gratie van moderne hard- en software. Brouwer heeft dat misschien nog kunnen vermoeden. Maar dat weet ik pas als ik het boek gelezen heb. L.E.J. zou op de avond van 2 december 1966 even een Sinterklaaspakje wegbrengen. Hij sloeg een deken om en stak met het pakje onder de arm de straat over. Hij werd door een auto gegrepen en stierf dezelfde dag. Ik ben benieuwd wat ik verder van zijn denken kan leren.



Hoe turbulenter, des te rustiger? ( 09/08/2010)

Leuk dat je er bent. Neem even de tijd rond te kijken in mijn nieuwe omgeving. Gemaakt samen met Robert Kerssing van Metro DC (veel dank, Robert!). Doel is opdrachtgevers te laten zien waar ze mij voor in kunnen schakelen. En waar die propositie op gebaseerd is. De trend van dit moment is steeds verdergaand specialiseren. Ik kies er juist voor in te zetten op de breedte. Ik ben immers thuis in het hele brede scala van lokale journalistiek tot en met corporate communicatie voor marktleiders, luister goed, focus op centrale issues zonder aandacht te verliezen voor belangrijke details, en kom met een oplossing die werkt. Ik stuur graag aan, maar werk ook in de operatie.
Drie of vier goede gesprekken leveren helder inzicht en dito doelen op. Als dat nodig is, vind ik de juiste specialisten er bij. Het mooie van kiezen voor de breedte is dat ik, voor alles wat mij bezig houdt, een alibi heb me daar in te verdiepen. Neem bijvoorbeeld het nieuwe (elfde) boek van mijn vriend Geert van der Kolk ‘De drang naar zee’ http://bit.ly/9HP6og. Het is pas geleden uitgebracht en het is leuk hem te ondersteunen in de promotie. Zijn uitgever Nieuw Amsterdam doet dat ook, maar ik vind het in dit geval juist mooi de minder gebaande paden te vinden. Koop en lees het boek.
Onlangs had ik een leuk gesprek met Maarten Vellenga www.consul-concepts.com. Een oude rot in de reclame. Hij geeft trainingen die gegarandeerd new business opleveren. Het leuke is dat ik het meeste van wat hij vertelt wel weet. Er wat mee doen, dat is de kunst. En ik voel me ook betrokken bij wat in de ‘echte’ wereld gebeurt. Vaak vind ik daar ook wat van. Zo heb ik onlangs ingezonden brieven gepubliceerd in Trouw en het FD. Over mijn zorg over de ontwikkelingen in Nederland en die in Israel.
Wat je er ook van vindt, de uitdaging is dat in maximaal 150 woorden (!) over te brengen. Omdat ze geplaatst zijn is dat kennelijk gelukt. Dan moet er ook nog ‘gewoon gewerkt’ worden. Aan nieuws uit de papierwereld, een project voor energiezuinige en duurzame ‘compounds’ voor Defensie, een hotel waarvan de positionering moet worden aangescherpt, een nieuwsbrief en de eigen presentatie. Maar wie mij kent weet dat al die activiteit juist goed is. Hoe turbulenter de omgeving, des te rustiger ik word. Verlies je je hoofd, dan verlies je de weg.
Deze blogpost is een markeringspunt. Na nu worden de blogs korter (deze is 438 woorden), nog meer to the point en ook nog eens getwitterd.
Ik hoor/lees graag van je.

Dick Gaasbeek